De Europese Unie strekt zich over de Middellandse Zee tot in Marokko uit. En de Spanjaarden mogen die stukjes Europa tot hun koninkrijk rekenen. Twee enclaves: Ceuta en Melilla. En omdat het stukjes Europa zijn op een ander continent, staat er een hek. Een hoog hek. Met prikkeldraad. En schijnwerpers. En politiepatrouilles. Want aan de andere kant van het hek begint Afrika. En daar wonen veel mensen die graag in Europa willen wonen. Want Afrika is arm en Europa is rijk.

Talloze aspirant-migranten trekken vele duizenden kilometers over het Afrikaanse continent richting de Middellandse Zee in de hoop de oversteek naar het Beloofde Land te kunnen maken. Aangespoord door familie en vrienden die er in het verleden al in geslaagd zijn zich in Europa te vestigen en de achterblijvers vertellen van het goede leven in Europa. Of aangespoord door de verhalen die men elkaar vertelt onderweg. Iedereen heeft wel een kennis, broer, neef of oom die het daar gemaakt heeft. En dan is daar na een lange reis vanuit West-Afrika de zee. En soms, heel soms bij helder weer ziet men aan de overkant Het Beloofde Land. De overtocht lijkt een peuleschil. Een klein stukje water maar.

Maar helaas! Velen zijn al verdronken in de verraderlijke golven en stromingen, niet zelden ook als gevolg van het binnenstromende water in de wrakke pateras en de weigerachtige aftandse buitenboordmotoren. Boten die de subsaharianos, zoals de Afrikanen in de Spaanse pers genoemd worden, zelf hebben gebouwd in de Marokkaanse bossen, enkele tientallen kilometers uit de kust, op plekken waar de politie liever niet komt, of een oogje toeknijpt. Geholpen tegen exhorbitant hoge betalingen door mensensmokkelaars, veelal Marokkanen of West-Afrikanen.

Gelukkig is daar nog een andere mogelijkheid. Het is immers zaak om in Spanje voet aan land te zetten en dan begint het leven van rijkdom en overvloed. Dan gaat de rest wel vanzelf. Hoeveel migranten zijn er immers niet “gelegaliseerd” door de Spaanse overheid in het recente verleden? Er is altijd een kans. En dus kan men net zo goed proberen om in Afrika zelf Europa binnen te komen. In Melilla bijvoorbeeld. Maar er staat daar een hek. 14 kilometer lang. Een hoog hek. Met prikkeldraad. En schijnwerpers. En politiepatrouilles. Maar gelukkig is er vlak buiten het hek een bos. Met bomen. En van bomen kun je ladders maken. En dat is dus wat de migranten doen. Verstopt in het bos, in buitengewoon armoedige omstandigheden, zonder veel eten of drinken, wachten in de moordende hitte van de zon die in Marokko altijd heet schijnt. En wachten. En wachten. Totdat Madrid tegen Barcelona voetbalt. Of totdat het Nationale Feestdag is in Spanje. Of totdat het Kerstavond is. Want er is een nacht waarin de politiepatrouilles minder alert zijn. Of zo hoopt men. En dan zet men de zelfgebouwde ladder tegen het hek en klimt naar boven. Men klautert over de rollen prikkeldraad heen. En men laat zich aan de andere kant op de grond vallen. Dan is de Afrikaan in Europa! Met een gebroken been weliswaar, maar wat geeft het? De gezondheidszorg is immers goed in Europa?

Melilla - grenspost
Melilla – grenspost – foto: Acad Ronin – Wikipedia

Deze klauterpartijen zijn vrijwel altijd tot mislukken gedoemd. De politie is er immer snel bij om de mensen weg te jagen. Van de ladders te plukken. Terug te sturen naar het bos. Ladders in beslag te nemen. En dan kan het kat-en-muis-spel weer opnieuw beginnen. Het duurde dan ook niet lang of de gelukszoekers begonnen het over een andere boeg te gooien. Tegenwoordig wordt de aanval op het hek met militaire precisie uitgevoerd. De macht van de grote aantallen. In het holst van de nacht gaat de eerste groep van ca. 100 man met veel lawaai gaten in het hek knippen, de bewakingscamera’s saboteren, lawaai maken. Dit alles met de bedoeling dat er groot alarm geslagen wordt en de politie massaal uitrukt. Ondertussen doet een tweede groep ook een massale aanval op het hek, maar dan een paar kilometer verderop. En hoewel er ondertussen op deze manier hele veldslagen worden uitgevochten tussen migranten en politie, lukt het een klein aantal om daadwerkelijk de wal met prikkeldraad op te komen, met ladders over de eerste prikkeldraadversperring te klimmen en vervolgens ook nog het tweede hek te slechten. Een prestatie van formaat! En eenmaal aan de andere kant, nu op Spaans grondgebied, mogen ze gelijk in de arrestantenwagen van de Guardia Civil stappen, die ze naar het opvangkamp brengt. Want terugsturen naar Marokko is er door de stroeve relaties tussen beide landen niet meer bij. De Afrikaanse immigrant heeft zijn doel bereikt. Hij is in Spanje! Nu nog zien dat hij het opvangkamp weet te verlaten en werk te vinden in de landbouw. Druiven plukken bijvoorbeeld.

La vendimia

En dan nog een berichtje uit de krant: 11.000 temporeros españoles acuden este año a la vendimia en Francia

De druivenpluk in Frankrijk, die eind agustus begint en ongeveer 20 dagen duurt, zal dit jaar 11.000 Spaanse seizoensarbeiders aantrekken die profiteren van de gunstige arbeidsomstandigheden in Frankrijk om hun inkomen te verbeteren. In de jaren tachtig nog waren het er wel 100.000 die met lange treinen noordwaarts trokken en bij Port Bou en Irún de grens overgingen om in Frankrijk te werken. Ik herinner mij deze treinen nog wel op het station van Figueres, waar de mannen uit de ramen hingen met hun flessen wijn en hompen brood. Een vrolijke boel! Het verschil tussen deze lui en de Afrikanen is dat er geen rollen prikkeldraad op het spoor liggen. Er hoeven geen halsbrekende toeren uitgehaald te worden om ergens te mogen gaan werken op het land. Toch zijn er steeds minder Spaanse gastarbeiders die hun heil buiten het land zoeken. Het gaat Spanje immers economisch voor de wind? Het is eerder zo dat steeds meer gastarbeiders naar Spanje toetrekken. Niet alleen uit Afrika, maar ook uit Oost-Europa vinden steeds meer mensen emplooi in Spanje. Vooral in de bouw zijn de Russen, Polen, Roemenen en Bulgaren zeer gevraagd.

topfoto: hek van Melilla, auteur: Ongayo – Wikipedia