In Catalonië verkoopt men het tijdschrift Descobrir Catalunya (Catalonië ontdekken) en mijn aandacht werd getrokken door de kaft met de kop La Costa dels Indians en daaronder El llegat dels catalans de Cuba.

Het tijdschrift is uiteraard in het Catalaans geschreven, maar de overeenkomsten met het Spaans zijn groot en indian heeft in het Catalaans kennelijk dezelfde betekenis als indiano in het Spaans, nl. een teruggekeerde immigrant uit Amerika. En omdat deze editie aan Cuba gewijd was, kocht ik het meteen.

Descobrir Catalunya

Descobrir Catalunya - La costa dels indians
Descobrir Catalunya – La costa dels indians

Madrid

Niet alleen indiano staat voor immigrant, ook cubano kan iets anders betekenen dan de nietsvermoedende toerist in Spanje denkt te weten. Zo gingen we een keer vol verwachting naar een restaurante cubano dat als uitstekend stond aangeprezen in een restaurantgidsje van Madrid. Eenmaal binnen was de sfeer zeker Caraïbisch te noemen door de nostalgische zwart-wit foto’s van Havana aan de muur, maar de menukaart liet niets zien van de Cubaanse keuken. Eerder typisch Madrileens met veel stoofpotten en lokale landwijntjes. Gelukkig mankeerde er niets aan de joviale bediening zodat we al gauw in gesprek waren met de eigenaars, een Castiliaans echtpaar dat al op leeftijd was. Vanwaar toch die naam restaurante cubano? De vrouw begon te lachen en legde uit dat Spanjaarden die uit Cuba teruggekeerd waren en met het daar verdiende geld een restaurantje begonnen cubanos werden genoemd. Het kwartje viel. Het stel bleek in Havana gewoond te hebben en daar een winkeltje gedreven te hebben. Na de revolutie van Castro gingen de zaken echter minder en ze besloten met hun laatst overgebleven spaargeld terug te keren naar Madrid. Met dat geld begonnen ze een restaurant in een volksbuurt en wat konden ze zeggen… de zaken gingen niet slecht. Maar heimwee naar Cuba hadden ze wel. Madrid telde volgens hun zeggen meer restaurantes cubanos, al werd het de laatste jaren minder.

Cuba

Cuba was ooit voor velen het beloofde land, een plek waar je heenging om fortuin te maken. Havana en Santiago de Cuba waren cosmopolitische wereldsteden waar handel werd gedreven en veel geld verdiend. Het spreekt bijna vanzelf dat ook de Catalanen, die in Spanje een florerende industrie opbouwden, belangstelling voor de Nieuwe Wereld toonden en de oversteek waagden. Ze kwamen o.a. in Cuba terecht en vestigden daar negoties zoals ze dat ook in en rond Barcelona gewend waren te doen. Eén van deze Catalanen was Facundo de Bacardí i Mazó die in Santiago de Cuba een drankje proefde dat uit suikerriet werd gestookt en ron werd genoemd en waarvan beweerd werd dat alleen piraten het dronken. Bacardí vond het drankje ronduit vies en bedacht dat dit beter moest kunnen. Hij vestigde in Santiago de Cuba een distilleerderij en begon al gauw de drank te exporteren. Heden ten dage heeft de naam zijn i met accent verloren en is het bedrijf op Puerto Rico gevestigd, maar de rum met de vleermuis is nog wereldberoemd en vermeldt trots op het etiquet ESTd Cuba 1862. Over de oorsprong van de vleermuis als logo kan men lezen op de bedrijfswebsite van Bacardi (vanwege de mallotige scripts op die site helaas geen directe link) dat de vrouw van Bacardí, Doña Amalia op een dag de distilleerderij binnentrad:

Al entrar en la primera destilería de BACARDI, Amalia observó que en el techo vivía una colonia de murciélagos. Los murciélagos tenían un gran significado en el mundo de Doña Amalia. Amante de las artes, sabía que para los Taínos, los ya desaparecidos pobladores originales de Cuba, los murciélagos eran poseedores de todos los bienes culturales. Y sabía que, entre la población local, estaba extendida la creencia de que los murciélagos traían salud, fortuna y unidad familiar.

Cuba is behalve vanwege haar rum ook beroemd om de sigaren. In Havana bezochten wij de winkel van Partagás, tegenwoordig fabrikant van o.a. de legendarische Cohiba en de Monte Cristo. Cubaans staatseigendom en uiterlijk in verloederde staat, maar in 1840 gevestigd door een Catalaanse zakenman, Jaume Partagás. De fabriek staat op loopafstand van het oude centrum van Havana en niet ver van het Capitool. Er is een winkel bij gevestigd waar men tegen de officiële prijs de felbegeerde Cohiba’s en Monte Cristo’s kan kopen. Men mag er van uitgaan dat deze niet vervalst zijn, maar de twijfel slaat toe wanneer je bij het verlaten van de winkel door de portier van de fabriek wordt aangesproken en die van onder zijn uniformjasje dezelfde dozen met sigaren tevoorschijn trekt en ze tegen een kwart van de prijs aanbiedt. Deze “van de vrachtauto gevallen” sigaren zijn vals, daar hoeft men niet aan te twijfelen, maar welke garantie heeft men in dit land dat er met de sigaren in de winkel niet gesjoemeld is? Het maakt het leven in Cuba in ieder geval in zekere zin, eh… opwindend.

La Habana - fábrica de tabacos Partagás
La Habana – fábrica de tabacos Partagás

De fabriek van Partagás in Havana ziet er enigszins verloederd uit, net zoals eigenlijk alles in Havana. Tenzij het onderhoud en restauratie in handen is van de UNESCO of van buitenlandse investeerders. Als men de foto’s in Descobrir Catalunya bekijkt, dan blijkt dat de Catalaanse industriëlen rond de eeuwwisseling van 1900 ook de beroemde Modernista-stijl naar Cuba exporteerden. De meesten denken bij deze stijl onherroepelijk aan de bouwwerken van Antoni Gaudí, maar hij vertegenwoordigde eigenlijk de grandioze afsluiting van deze kunststroming. Een aantal architecten ging hem voor en het is verrassend te zien hoe ook in Havana gebouwen neergezet zijn met de typische organisch gevormde balkons, trappenhuizen en ornamenten waar de keramiek een belangrijke esthetische functie in vervult. Maar de gebouwen verkeren in deplorabele staat en men mag hopen dat ze nog op tijd gerestaureerd zullen worden en niet van ellende voortijdig instorten zoals in Havana helaas maar al te vaak gebeurt.

La Habana - fábrica de tabacos Partagás
La Habana – fábrica de tabacos Partagás

Wat deden deze Catalaanse indianos als ze roem en fortuin vergaard hadden? Opmerkelijk genoeg bleken ze vaak voorstander van de onafhankelijkheid van Cuba te zijn en bijvoorbeeld de zonen van Fecund Bacardí, Emili en Fecund junior steunden openlijk de rebellen die in opstand kwamen tegen Spanje. Gezien in het licht van de anti-Spaanse gevoelens (lees: anti-regeringsgezinde) van veel Catalanen tot op de dag van vandaag misschien niet zo vreemd. Emili Bacardí werd vanwege zijn steun zelfs gevangen genomen en verbannen. En toen Cuba eenmaal de onafhankelijkheid verkreeg, mocht Emili terugkeren en zich de eerste burgemeester van Santiago de Cuba noemen. Toch gingen veel Catalaanse Cubanen terug naar huis en vestigden zich in hun Catalaanse geboortestreek waar ze aan de kust imposante villa’s bouwden, die heden ten dage nog door hun nazaten, els indians de la costa, bewoond worden. In Sitges, Garraf, Begur, Lloret de Mar en ook op andere plaatsen aan de Costa Brava en de Costa Dorada zijn deze huizen te bewonderen. Soms kunnen ze ook bezocht worden. Hopelijk zullen we daar later nog eens verslag van doen.

Havaneras

Iedereen die regelmatig op vakantie gaat naar de Costa Brava of de Costa Dorada kan het niet ontgaan zijn dat de Catalanen er een muziektraditie op na houden die in niets lijkt op het klassieke beeld van de Spaanse muziek, nl. de flamenco, de castagnettes, de zarzuela en de romantiek van Carmen. De Catalanen uiten zich vooral in de sardana, een kringdans die bestaat uit aandoenlijke huppelpasjes en die begeleid wordt door een blaasorkest, de cobla. Minder bekend onder de toeristen zijn de Catalaanse zeemansliederen, de havaneras of habaneras. Dit zijn nostalgisch klinkende liederen die uit volle borst gezongen worden, begeleid o.a. door een accordeonist. En plotseling zijn we heel dicht aangeland bij de Hollandse zeemanskoren die een heel vergelijkbaar genre levendig houden. Toch ligt ook hier de oorsprong in de verre reizen naar Cuba. De havaneras waren vooral een uiting van heimwee naar Catalonië en later, hoe kan het ook anders, van heimwee naar Cuba.

Roses, 1 augustus 2003