Vrijdagavond, 29 november (2002). Barend en Van Dorp, RTL4. Te gast zien we een olijke Hans Dulfer die tot groot vermaak van de aanwezigen vertelt hoe hij in Vietnam zijn eigen muziek tegenkwam op gekopieerde cd’s, te koop voor één dollar per stuk. Een koopje! De aanwezigen veronderstelden dat Dulfer dit niet leuk vond, die illegale cd’s van zijn eigen werk.

Integendeel. Hans bestelde er gelijk vijftig. Hij zou immers een paar dagen later optreden voor de Hollandse club, een feestje georganiseerd door de Nederlandse ambassade. Die cd’s kwamen goed van pas. Hij verkocht ze alle vijftig voor 4 dollar per stuk. Een leuke winst. Hans blij, de Vietnamese cd-kopieerders blij en de leden van de Hollandse club ook blij. Alleen de platenmaatschappij in Nederland viste achter het net, maar die verdiende volgens Hans toch al veel te veel geld.

Banda de carnaval - Santiago de Cuba
Banda de carnaval – Santiago de Cuba

In Cuba verdient iedereen ongeveer even veel. Naar men zegt rond de 24 dollar per maand. Er zijn uitverkorenen, nl. straatvegers en politieagenten die ca. 28 dollar per maand beuren. Daarmee staan zij aan de top van de Cubaanse salarisschaal en verdienen meer dan bijv. een chirurg, een piloot of een succesvolle honkballer. Geen buitenstaander begrijpt waarom dit zo geregeld is, maar veel Cubanen vinden dit de gewoonste zaak van de wereld. Toch neemt dit niet weg dat een taxichauffeur boven op zijn vastgestelde eenheidsloon ook nog eens 30 dollar per dag aan fooien van de toeristen ontvangt. Ook van de jineteros (straatschooiers) wordt verteld dat ze dergelijke bedragen met gemak verdienen aan fooien en commissies door toeristen op sleeptouw te nemen en hun allerlei diensten aan te bieden zoals paladares (particuliere eethuisjes), casas particulares (goedkope overnachtingen), van de vrachtauto gevallen sigaren en natuurlijk chicas guapas.

Zijn er rijke mensen in Cuba? Natuurlijk niet. Iedereen verdient er immers evenveel? Toch zie je er talloze mensen rondlopen met de nieuwste sportschoenen, rugzakjes, honkbalpetjes en vooral ook grote cd-spelers. En dit terwijl deze spullen uitsluitend in de peperdure dollarwinkels te koop zijn en ook terwijl er veel kinderen lopen te bedelen om kauwgom, balpennen en foto’s van Shakira. Noch het uiterlijk vertoon van rijkdom noch het gebedel passen in de Cubaanse ideologie en het bestaan ervan wordt officieel ontkend.

Oyentes en La Habana
Oyentes en La Habana

Eén van de grote attracties van Cuba is de muziek. Hele drommen toeristen zijn op zoek naar de opwindende Cubaanse ritmes. En hier ligt dan ook een kans om rijk te worden. Overal in Havana treden groepen op in café’s, waarbinnen het zwart ziet van de mensen. Maar niet alleen binnen staan de mensen zich te vergapen aan de muziek of wordt er zelfs een dansje gewaagd, ook buiten op straat blijft iedereen staan om te luisteren. Geen enkel café beschikt er nl. over glazen ruiten. De enige afscherming naar de straat wordt gevormd door traliehekwerken. De muziek die binnen gespeeld wordt, is dan ook buiten even goed te horen. En terwijl de toeristen binnen zitten en plezier maken, staan de Cubanen op straat naar de muzikanten te kijken.

Casa de la Trova - Santiago de Cuba
Casa de la Trova – Santiago de Cuba

Niet alleen in bars, maar ook in etablissementen die speciaal zijn ingericht als kleine concertzaaltjes wordt muziek gemaakt. Deze huizen zijn vaak getooid met namen als Casa de la Música of Casa de la Trova. Elke Cubaanse stad heeft wel zo’n huis. In Santiago de Cuba werd het Casa de la Trova zelfs wereldberoemd door alle documentaires die er aan de Buena Vista Social Club werden gewijd. Wie er binnenstapt, herkent direct het interieur met de portretten van legendarische muzikanten. Niets is er nog aan veranderd. Een rumoerig publiek neemt er plaats op houten keukenstoelen, terwijl vooraan bij het podium gedanst kan worden. Toegang voor Cubanen: 1 peso, toeristen: 1 dollar. Ondanks die ene peso (ca 1/28 dollar) verkiezen de meeste Cubanen buiten te blijven luisteren en zitten en dansen er binnen vooral toeristen. Consumptie min of meer verplicht en ook de stoel dient eigenlijk à raison van een fooi bemachtigd te worden. De muzikanten onderbreken hun schetterende muziek regelmatig om onder de gasten rond te gaan met stapels cd’s. Deze cd’s kosten gewoonlijk rond de 6 dollar per stuk en uiteraard krijg je ze voorzien van de handtekeningen van de orkestleden als je daar om vraagt. De doosjes zitten netjes verpakt in folie en alles ziet er goed verzorgd uit. Maar als je thuis de cd openmaakt, blijkt dat de schijfjes op de computer gebrande cd-roms zijn. Kopieën dus. Ook de hoesjes zijn met grote precisie nagemaakt m.b.v. moderne kleurenprinters.

Banda de música - Santiago de Cuba
Banda de música – Santiago de Cuba

Santiago de Cuba geldt als de hoofdstad van de traditionele Cubaanse muziek, de son van de guajiros. En inderdaad, overal waar je gaat of staat hoor je de schetterende trompetten en de roffelende conga’s klinken, hetzij live uit de bars of van de hotelterrassen, hetzij uit de radiotoestellen in de huizen van de mensen. Toch verschilt Santiago de Cuba hierin niet heel erg veel van Havana. In Cuba hoor je nu eenmaal die muziek echt overal. Natuurlijk ook omdat veel muzikanten uit de Oriente hun geluk zoeken in Havana waar de platenstudio’s en clubs van EGREM, de nationale platenmaatschappij staan.

Maar wat nu als je eenmaal behoort tot de bevoorrechte groep van muzikanten die een cd hebben kunnen opnemen bij EGREM of een van de andere overheidsplatenmaatschappijen? Bedenk dat iedereen in Cuba ongeveer evenveel verdient. Het maakt dus weinig uit hoeveel cd’s je verkoopt of hoeveel concerten je geeft. Het komt er dus op aan om zoveel mogelijk kopieën van je cd’s te verkopen op de zwarte markt, d.w.z. aan de toeristen. Dit heeft allerlei voordelen. Er zijn inkomsten in de zeer gewilde divisas; je maakt je muziek bekend onder de buitenlanders en er is een reële kans dat je met je orkest wordt uitgenodigd om naar Europa of Canada te komen en daar op te treden. Vandaar dat het verkopen van cd’s, -natuurlijk gesigneerd en met telefoonnummers en al, tot het vaste en ondertussen zeer noodzakelijke ritueel behoort bij ieder concert. En of de muzikanten nu goed, middelmatig of zelfs ronduit zo zo zijn, altijd is daar het stapeltje cd’s dat verkocht wordt aan de toehoorders. Je weet immers maar nooit of dit je kans is om een keer Cuba te verlaten. En hoewel iedere Cubaan zeer trots is op zijn land, zou hij er wat voor over hebben om, al was het maar voor een keer, een reis naar het buitenland te maken.

Met het oog op deze ontwikkelingen en de wens om niet alleen dollars te verdienen, maar ook een kansje om, -hoe klein ook, het land eens te kunnen verlaten, is er een elite ontstaan van computerbezitters die zich bezig houdt met het kopiëren van muziek-cd’s. Dit alles is des te fascinerender als men bedenkt dat particulier computerbezit iets uitzonderlijks is. Nergens immers kun je zomaar een computer kopen, vooral ook vanwege het Amerikaanse handelsembargo dat bepaalt dat bedrijven als Microsoft of Apple nimmer hun besturingssystemen en andere software in Cuba mogen verkopen. Maar ook omgekeerd werpt de Cubaanse overheid enorm hoge drempels op om te voorkomen dat iedereen zomaar vrijelijk spullen als printerpapier en -inkt kan bemachtigen. Ook het downloaden van software is in een land, waar de telefoon niet altijd even goed werkt, geen sinecure. Want ja, er is wel internet beschikbaar, maar het heeft er alle schijn van dat hierop veel controle is van overheidswege. Ons werd verteld dat het Cubaanse internet eigenlijk een groot intranet is, waarop in principe al het in- en uitgaande verkeer gecontroleerd kan worden. Alleen viel het niet te zeggen of deze controles er ook daadwerkelijk waren en zo ja, of ze strikt werden uitgevoerd. Hoe het ook zij, iemand met een computer en cd-brander in huis is de koning te rijk en verzekerd van een constante dollarstroom. Dag in dag uit worden er cd-roms gebrand en aan de muzikanten verkocht voor 2 dollar per stuk, die ze op hun beurt weer voor 6 dollar aan de toeristen verkopen. Ook zijn de muzikanten al lang niet meer afhankelijk van EGREM voor hun eerste originele cd. Er is een levendige huiskamerindustrie van platenstudiootjes ontstaan waar men terecht kan voor het opnemen van de muziek. Dat de kwaliteit van de opnamen niet altijd even briljant is laat zich raden, maar dit mag de pret niet drukken. Muziek is business!

Amsterdam, december 2002