Van Roses aan de Costa Brava leidt met veel scherpe bochten een weg omhoog over de berg en met even zovele bochten weer naar beneden naar Cadaqués, een schitterend wit dorpje aan een smalle baai. In dat dorp gebeurden in de zomer van 1999 rare dingen.

el capitán Moore
el capitán Moore

De krant El País van 29 juli 1999 berichtte het volgende: In het Centro de Arte Perrot-Moore zijn door de politie twee schilderijen in beslag genomen, die samen een driedimensionaal tweeluik vormen en waarnaar de FBI al sinds 1974 op zoek is. Het tweeluik La doble imagen de Gala werd gestolen uit een kunstgalerie in New York en was sindsdien spoorloos. Het behoorde nog aan het echtpaar Gala-Dalí toe en omdat het onvindbaar bleek, keerde verzekeringsmaatschappij Lloyd’s in Londen in 1975 125.000 dollar uit aan Dalí. Eén van de getuige-experts die Lloyd’s destijds inriep was Dalí’s persoonlijke secretaris ‘kapitein’ John Peter Moore, die volgens kwade tongen een onverbeterlijke boef is.

Cadaqués - Centre d'Art Perrot-Moore
Cadaqués – Centre d’Art Perrot-Moore

Naar nu blijkt heeft deze ‘kapitein’ het werk al die jaren gewoon in z’n bezit gehad en heeft het schilderij zelfs openlijk in z’n kunstcentrum kunnen tentoonstellen als één van z’n topstukken, zonder dat iemand iets bijzonders in de gaten had. Dit kon gebeuren, omdat hij een eenvoudige truc uithaalde waardoor de FBI jarenlang vruchteloos heeft lopen zoeken naar het vermiste schilderij: de inmiddels 82 jaar oude boef had simpelweg de titel van het schilderij veranderd in Dalí pintando a Gala. Over John Peter Moore doen veel verhalen de ronde. Onder andere zou hij zich beziggehouden hebben met het verkopen van valse Dalí’s, waar de meester trouwens zelf aan meewerkte door blanco vellen papier in grote getalen te signeren.

Handtekening Salvador Dalí
Handtekening Salvador Dalí

John Peter Moore begon zijn carrière als beroepsmilitair bij het Engelse leger. Zijn tweetaligheid (hij sprak vloeiend en accentloos Frans) deed hem al snel bij de Britse geheime dienst belanden, waar hij deelnam aan operaties tegen de Duitsers. Zijn verdiensten waren zo groot, dat hij na de oorlog tot captain werd benoemd, een titel die in Engeland weinig opzien baarde, maar waarmee hij in Frankrijk en elders goede sier wist te maken. Hij liet zich dan ook graag met captain aanspreken. Captain Moore had alle kenmerken van een gentleman-avonturier en zijn ervaring bij de Britse geheime dienst kwam hem menigmaal goed van pas (hij was specialist in “psychologische oorlogsvoering”, heden ten dage een modewoord, maar in die tijd een wetenschap die in de kinderschoenen stond).

Salvador Dalí leerde hem in 1955 kennen en was onder de indruk van het feit dat Moore op dat moment bezig was in het Vaticaan een gesloten televisiecircuit aan te leggen en vroeg hem of hij niet een audiëntie bij de Paus kon regelen. Dit kon Moore en niet lang daarna had Dalí een gesprek van twee uur met de Paus. Korte daarna was John Peter Moore Salvador Dalí’s persoonlijke secretaris en dat zou heel lang zo blijven.

Rond 1965 ontstond het schandaal rond de gesigneerde blanco vellen papier. Dalí stond bekend om zijn gretigheid naar dollars (hij was er openlijk trots op) en ook om zijn gierigheid. Toen hem eenmaal gesuggereerd was om blanco vellen papier te signeren, omdat dit makkelijker zou zijn voor zijn Franse uitgever Pierre Argillet, was het hek van de dam. Argillet was bereid hem 10 dollar per vel te betalen en Dalí nam dit aanbod met plezier aan, omdat hij zo in staat was om 10.000 dollar per uur te verdienen. Het duurde niet lang of Dalí was als een bezetene lege vellen aan het signeren, een situatie die aan niets zo doet denken als aan iemand die in een casino een kapotte fruitautomaat treft, die bij iedere haal aan de slinger een handvol munten in het bakje laat rinkelen. Maar in Dalí’s geval waren er geen potige bewakers om het spektakel stop te zetten. Integendeel, zijn persoonlijke secretaris deed niets om Dalí af te remmen. Hij ontving immers volgens afspraak 10% commissie over de opbrengsten. En het komische van de situatie was vooral de gierigheid van Dalí en de sluwheid van de kapitein. Dalí gunde zijn secretaris zelfs die 10% niet en ging daarom stiekum vellen staan signeren. De kapitein, meester in de “psychologische oorlogsvoering”, probeerde dit weer te verhinderen door Dalí nauwgezet te controleren. Een potsierlijke situatie die eigenlijk alleen een Marten Toonder zou weten te verzinnen voor een Ollie Beer Bommel-avontuur.

Het duurde dan ook niet lang, of overal ter wereld verschenen stapels gesigneerde blanco vellen papier, die bewaard werden om er nieuwe “echte Dalí’s” mee te produceren. En natuurlijk was de roem van dit genie, maar tegelijkertijd grote kind, zo groot geworden dat er altijd een enorme vraag was naar “echte Dalí’s”. En het signeren ging maar door, tot op een dag de Franse douane een vrachtauto onderschepte, afkomstig uit Andorra, waarin niet minder dan 40.000 gesigneerde blanco vellen werden aangetroffen, volgens de papieren bestemd voor een Parijse kunsthandelaar, die woonachtig in Florida was.

Uiteindelijk verdwenen vele van de gesigneerde vellen in handen van kunsthandelaren die het niet zo nauw namen met de ethiek en vervolgens in handen van kunstcollectionneurs die beter zouden moeten weten, maar hun ogen sloten. Onder hen gerenommeerde kunstgalerieën en musea. Het jaar 1974, jaar waarin de douane de opmerkelijke vondst deed, betekende het einde voor de relatie tussen het genie en zijn kapitein. Er was een nieuwe figuur ten tonele verschenen, Sabater, die volgens de verhalen genoegen nam met 5% van de opbrengsten en bovendien Catalaans sprak. Een treuriger teloorgang van een groot kunstenaar is haast niet voor te stellen.

Ian Gibson - La vida desaforada de Salvador Dalí
Ian Gibson – La vida desaforada de Salvador Dalí

Ian Gibson, ooit presentator van een televisiecursus Spaans bij de BBC, heeft een buitengewoon boeiende biografie van Salvador Dalí geschreven: La vida desaforada de Salvador Dalí, in Spanje uitgegeven door Editorial Anagrama te Barcelona. Sommige van boven beschreven feiten zijn aan dit boek ontleend.

Roses, augustus 2001

Zie ook: Libertad Digital van 28 oktober 2004.