Vanuit Roncesvalles in de Pirineos leidt de weg zuidwaarts naar de eerste grote Spaanse stad, Pamplona. Deze stad is vooral bekend van het feest van San Fermín, waarbij de stieren losgelaten worden in de straten van het oude stadscentrum.

Pamplona - Boinas Elósegui
Pamplona – Boinas Elósegui


Minder bekend is dat deze stad, hoewel gelegen in Navarra, cultureel gesproken wordt gerekend tot Baskenland. De stad is in ieder geval tweetalig, Baskisch en Spaans en dit uit zich in alle opschriften in het straatbeeld.

Pamplona - Gran Café
Pamplona – Gran Café

We dronken er koffie in een Gran Café, stijl “spiegels, gietijzeren ornamenten, kroonluchters, hoog plafond”. Na nog wat rondgewandeld te hebben, zetten we de reis voort over de autoweg via Vitoria naar Bilbao. Bilbao wordt ook wel eens het Sheffield van Spanje genoemd vanwege de oude en troosteloos uitziende industrie, gepaard gaande aan hoge werkeloosheid en een vervuilde omgeving. Bilbao is ook de bakermat van de ETA, de terreurgroep die ook nu weer geen groter plezier kent dan het laten ontploffen van bomauto’s en het in koelen bloede vermoorden van mensen.

Bilbao - Guggenheim
Bilbao – Guggenheim

Kortom, geen stad die hoog op het verlanglijstje staat van de gemiddelde toerist, ware het niet dat de gemeenteraad zich heeft voorgenomen om van dit slechte imago af te komen. Er is een nieuw metronetwerk aangelegd dat tot de modernste ter wereld wordt gerekend. Het pronkstuk is echter de dependance van het New Yorkse Guggenheimmuseum, ontworpen door Frank O. Gehry en gebouwd op een voormalig containeroverslagterrein aan de rivier de Nervión. Komend vanuit het zuiden rijdt men de stad binnen over een vierbaansweg die in de stad zelf plotseling scherp naar links draait, de rivier oversteekt en over het dak van het nieuwe museum op de andere oever terechtkomt. Daarna is de weg naar het parkeerterrein zo gevonden en even later staat de auto tussen de verroeste hijskranen, die de laatste containers wegtakelen.

Bilbao - Guggenheim
Bilbao – Guggenheim

Ik had al veel gelezen over dit museum en ik moet zeggen dat het in werkelijkheid echt prachtig is. Het is een heel organisch vormgegeven gebouw, waarvan de vormen enigszins doen denken aan een gepelde vrucht, vergelijkbaar met de Opera van Sydney in Australië. De wilde vormen van het dak zijn bedekt met titaniumplaten, die slordig aan elkaar geplakt lijken te zijn en onder de hitte van de felle zon zo los lijken te krullen. Dit gebouw is al een kunstwerk op zich! Ik was dan ook benieuwd wat er binnen allemaal te zien zou zijn. Na onze tassen aan de bewaking toevertrouwd te hebben, togen we naar de eerste zaal, waar de geschiedenis van de kunst van de motorfiets werd aangekondigd. Hmm, de motorfiets als kunst? Ik verwachtte eigenlijk Picasso en Miró, maar dit was natuurlijk ook leuk! Een enorme zaal waarin 100 jaar geschiedenis van de mooiste motorfietsen was uitgestald. Van het allereerste houten “looprek” van Benz tot aan de nieuwste Suzuki die 300 km/uur haalt.

Na hier een uurtje rondgeslenterd te hebben, gingen we op zoek naar de kunst die ik toch meer verwachtte in deze tempel, nl. de beeldende kunst van de 20e eeuw. En ja, ze waren er ook, de Picasso’s, de Miró’s, de Mondriaans, de Andy Warhol’s en de Oldenburgs. Maar toch kon ik me niet aan de indruk onttrekken, dat de echte ster van de show het gebouw zelf was. De architectuur van het Guggenheimmuseum is ook binnen overweldigend aanwezig. Eigenlijk op zo’n manier dat je geneigd bent schouderophalend langs die paar schilderijen te lopen. Zo heel erg veel was er eigenlijk niet te zien; de motorfietsen maakten uiteindelijk nog de meeste indruk van alles.

Bilbao - Jeff Koons
Bilbao – Jeff Koons

Naar buiten maar weer, waar wel zo’n enorm grote komische knuffelhond van bloemen stond van de Amerikaanse schandaalkunstenaar Jeff Koons, die ooit nog eens trouwde met de Italiaanse pornopolitica Cicciolina. Iedereen, toeristen en bilbaínos gelijk, liet zich graag fotograferen bij dit bloemenbeest. Wij vonden het tijd om de reis naar het westen voort te zetten.