Als je in Madrid vanaf de noordwestelijke kant van de Puerta del Sol de Calle del Arenal inloopt in de richting van het Koninklijk Theater en het eveneens Koninklijke Paleis, dan kom je na een flauwe bocht naar links op de Plaza de Ramales.


Madrid - Plaza de Ramales
Madrid – Plaza de Ramales

Een klein pleintje, zoals je er zoveel hebt in het oude centrum van Madrid. Overal auto’s geparkeerd, overal taxi’s en ook een straatopbreking, één van de vele straatopbrekingen die Madrid telt. Als je niet toevallig iedere dag de lokale krant had gelezen of naar de lokale tv had gekeken, zou je denken dat ze in het gat de internetverbinding van de koning aan het herstellen waren.

Een bezoek aan het Prado-museum in Madrid leidt bijna automatisch naar een zaal aan de zijkant van het gebouw, waar één van de grote attracties hangt: Las Meninas, een groots opgezet portret van de Koninklijke Familie van Spanje door de grote schilder Diego de Silva y Velázquez. Een raadselachtig schilderij.

Want waar zijn de koning en koningin? Het lijkt of alleen het prinsesje Margarita afgebeeld is, samen met haar giegelende vriendinnetjes en haar oude hond die het ook niks meer schelen kan. Op de achtergrond zien we in de deuropening een man die op het punt staat de zaal te verlaten door een deur waar ongewoon veel licht naar binnen komt stromen. Dan is er nog een donkere spiegel naast die helverlichte deur waar we wellicht dan het koningspaar in kunnen ontwaren. Links in de schemer zien we een zeer groot doek op een schildersezel staan, op de achterkant gezien en schuin daarachter komt met een olijke kop de schilder kijken, kwast in de hand. Dit moet Velázquez zelf zijn. De suggestie wordt gewekt dat we het hele tafereel in spiegelbeeld zien, omdat het schilderij duidelijk de weergave van wat de schilder in de spiegel zag voorstelt. Dus alleen het koningspaar in de andere spiegel op de achtergrond zien we niet in spiegelbeeld.

Schilders zijn dol op dit soort vernuftige spelletjes en het moet wel heerlijk geweest zijn om naar hartelust zo’n groot en dus kostbaar schilderij met koninklijke goedkeuring te mogen maken. Een hele verademing na al die obligate familieportretten en ruitertaferelen. Maar heeft het Velázquez zelf, behalve veel schildergenoegen, ook veel rijkdom opgeleverd? Dit is niet zeker, maar het is wel bekend dat hij arm gestorven is. Z’n eigen graf heeft hij waarschijnlijk niet kunnen betalen. En vandaag de dag weet zelfs niemand meer waar hij precies begraven ligt. Hij overleed in 1660 op 61-jarige leeftijd, bij zijn begrafenis in de crypte van de kerk van San Juan beweend door koning Felipe IV. En in die kerk bleef Velázquez liggen, totdat in 1810 de Franse machthebber José Bonaparte besloot om het gebouw met de grond gelijk te maken in zijn poging om Madrid naar Frans gedachtegoed meer licht en ruimte te verschaffen. Op de plek van de kerk werd ruimte vrijgemaakt voor een niet al te groot plein, het huidige Plaza de Ramales.

En nu (1999), in het vierhonderdste geboortejaar van Velázquez is de gemeente Madrid op het idee gekomen om te kijken of dat graf nog bestaat. Oude kaarten werden erbij gehaald, mannen met drilboren opgeroepen, het verkeer omgeleid, rood-gele golfplaten van plastic neergezet en de schop in de grond gestoken. En inderdaad, al gauw stuitte men op de fundamenten van de San Juan-kerk. José Bonaparte scheen zo’n haast gemaakt te hebben met de herprofilering van dat stadsdeel, dat het breekwerk met de Franse slag gebeurde en uit dit gegeven put de huidige gemeenteraad de hoop het graf alsnog in ongeschonden staat te vinden.

Madrid - Plaza de Ramales
Madrid – Plaza de Ramales

Buurtbewoners bezien meewarig het gedoe achter het rood-gele plastic. De ouderen onder hen herinneren zich nog de eerdere poging die het Franco-regime in de jaren vijftig deed, destijds zonder veel resultaat. Ook toen kwamen wat fundamenten onder het wegdek tevoorschijn, maar geen graf van Velázquez. Ook toen al werd gesuggereerd dat het graf in een veel eerder stadium geruimd was, omdat Velázquez immers van de armen begraven was en niemand het graf onderhouden wilde. Maar hoe zijn politici? Ze willen scoren met een mooi succesje. Binnenkort zijn er gemeenteraadsverkiezingen en wat zou er mooier zijn als niet alleen het graf gevonden werd, maar als ook zou blijken dat Velázquez, had hij nog geleefd, het gemeentebestuur dankbaar geweest zou zijn, omdat ze zijn graf weer aan het daglicht hadden prijsgegeven. Spiegeltje, spiegeltje aan de wand… Links beschuldigt rechts van politiek opportunisme, rechts beschuldigt links van demagogie, maar niemand vraagt zich af waarom in dit vierhonderdste geboortejaar er geen geweldig eerbetoon in het Prado gewijd is aan één van Spanjes grootste schilders, zo valt te lezen in de plaatselijke meesmuilende krantencommentaren.

En inderdaad, wie onlangs in Madrid is geweest, heeft kunnen zien dat nergens in de stad speciale aandacht wordt besteed aan dit bijzondere anniversarium, zelfs niet in het Prado-museum. Wat zou het mooi zijn als op Velázquez’ geboortedag 6 juni het graf inderdaad gevonden werd, geopend werd en in de diepte slechts een groot gat te zien was waardoorheen de schilder met een olijk kijkende kop in het felle licht wegstapte.