Niet alleen in Spanje, maar ook elders op deze planeet wordt Spaans gesproken. Op naar New York dus, een stad waar naar verluidt het Engels steeds meer verdrongen wordt door het Spaans.

New York Manhattan
New York Manhattan


Zelfs als je nog nooit voet in New York hebt gezet, waan je je er direct thuis. Door de vele films, tv-series en tijdschriftreportages heb je ook niet de indruk in een echt vreemde stad terecht gekomen te zijn. Indrukwekkend is New York wel. De gebouwen zijn er echt heel hoog, de architectuur is fantastisch mooi en soms verbazingwekkend, het zuidelijke licht (New York ligt op dezelfde breedtegraad als Madrid) is schitterend. Maar je verbaast je vooral over de dingen die net anders zijn dan ze altijd voorgespiegeld worden.

Het is er eigenlijk helemaal niet zo druk en opgejaagd als de media ons willen doen geloven. Integendeel, ik heb de mensen er erg relajados gevonden en erg gemakkelijk in de omgang. De New Yorker is een zeer openhartig en vriendelijk mens en heeft voor iedere vraag een antwoord klaar. Ook vertelt hij je met trots en rappe humor over zijn stad, waar hij soms zelf nauwelijks langer dan drie maanden woont. Gewoon Engels hoor je er bijna niet; iedereen heeft wel een accent. Spaans hoor je er des te meer. Het is beslist mogelijk er zowat iedere winkel binnen te stappen en je in het Spaans te richten tot de mensen. Zelfs als de mensen geen Hispanics of latinos zijn, spreken ze Spaans. Politieagenten staan in het Spaans bij openbare telefoons met het bureau te bellen, er zijn minstens twee lokale Spaanstalige tv-stations met schitterende shows, waarop alle bekende en minder bekende producten, van McDonalds tot Jeep in het Spaans worden aangeprezen.

Op een van die reclameboodschappen verscheen een onmiskenbaar Mexicaans type die, staande bij een benzinestation van het merk Gasetería, trots vertelde dat ie Latino was en het bewijs dat je als Latino al je dromen kon bereiken in dit geweldige land en deze geweldige stad. Want kijk nou maar eens naar dit prachtige benzinestation. Het was er een van een hele keten benzinestations over heel New York verspreid, waar een ieder van harte welkom was. Het was waar, de Gaseterías zag je inderdaad overal in Manhattan. Het wekte dan ook geen verbazing meer toen ik een briefje op een winkeldeur geplakt zag met de mededeling We speak English too. Binnen kon je er koffers en tassen kopen, zeer belangrijk in een stad, waar iedereen altijd en overal met spullen loopt te sjouwen. In zulke winkels betaal je met pesos, terwijl er dollars bedoeld worden.

New York Manhattan
New York Manhattan

New York mag met recht de stad van de steekkarretjes genoemd worden. Iedereen loopt er goederen rond te slepen. Stapels dozen op een kar, rollen textiel onder beide armen, een enorme glasplaat tussen zuignappen geklemd. Zijn deze goederen van eigenaar gewisseld, in ruil voor een stapel groezelige pesos of een onleesbare krabbel op een afleverbon, dan wordt er een korte handdruk gegeven en met een vriendelijk Take care en See you next time gaat ieder weer zijn kant op. Ook wordt er overal, maar dan ook overal gebeld, niet met (anno 1997) gsm-telefoons zoals je verwachten zou, maar bij openbare, glimmend verchroomde telefooncellen, die nog het meest weg hebben van grote haardroogkappen. Al deze toestellen doen het kennelijk en je ziet er de mensen met de grootst mogelijke vanzelfsprekendheid op af lopen en zonder eerst te kijken of ie het wel doet, een munt in werpen en bellen. Zelfs politieagenten onderhouden zo contact met de collega’s of het bureau. Natuurlijk zie je de bestelauto’s van FedEx en UPS en de fietskoeriers, de mooiste brandweerauto’s en de taxis amarillos, hèt vervoermiddel voor wie het lopen moe is. En natuurlijk overkwam ons de grap van David Letterman dat een chauffeur de Fifth Avenue niet wist; omdat hij waarschijnlijk even lang in New York was als wij!

Internetten in New York zal ongetwijfeld heel betaalbaar zijn voor wie er woont, maar het huren van een computer in een Cybercafé teneinde er een paar e-mails te versturen, heeft me 20 pesos gekost tegen een koers van ruim 2 gulden de peso. Ieder Hollands tijdschrift dat zich Avenue, Cosmopolitan of Man noemt, citeert wel deze of gene beroemdheid die iedere week in New York even gaat eten in dit of dat restaurant waar natuurlijk ook Woody Allen z’n bagels haalt. Zo deden wij ook, onze espresso drinkend naast het onooglijke tentje in Little Italy (met recht “little” genoemd; ‘t stelt echt niks voor) waar begin jaren zeventig een capo di capi met mitrailleurkogels doorzeefd werd. En ook wij gingen salsa dansen op Broadway bij een club die Bayamo heet en waar men heerlijke chicharrones eten kan en die zich adverteert met Home of Chino Latino Cuisine.

¿Qué? ¿Chino latino?
Sí, señor, estamos en ¡Nueva York!

De gele taxi, het perfecte vervoermiddel in deze stad, leverde ons de mooiste anecdote op. Meestal staat er gelijk een voor je stil als je op straat je arm op steekt. Er is maar één moment waarop dit beslist niet lukt…, als het regent èn spitsuur is. Dan wil heel Manhattan met de taxi. Na lang hengelen met de arm, zag ik eindelijk een taxi, waar net passagiers uitstapten. Ik liep op de chauffeur af, zo op het oog een authentieke Afro-American, en vroeg of ie ons mee wilde nemen. No sir, ik neem niemand mee, want m’n werkdag zit erop en de auto moet terug. Terwijl ik aan het soebatten was, kwam er een zeer verongelijkte man aanrennen, z’n business-suit helemaal natgeregend, die met ruziestem beweerde het eerste recht te hebben, omdat ie al eerder stond te gebaren met z’n arm. De chauffeur keek ons allemaal aan en zei met een zucht: OK, it’s against the rules, but you all get in. De auto zette zich in beweging, zoals alleen een grote, met automaat uitgeruste, Amerikaan dat kan en voegde zich in het drukke verkeer op een manier, waar alleen New Yorkse taxichauffeurs het recht op hebben. De zakenman en mijn reisgenote waren inmiddels op de achterbank in een vrolijk gesprek geraakt waarbij veel gelachen werd. De chauffeur zat als een road king achter z’n stuurwiel nors te zwijgen en zei pas na enige tijd met lijzig aangezette intonatie in z’n stem: Yeah, the rain makes us ALL brothers!

Amsterdam, juni 1997